12-08-09

brontekst 7 - 12 emancipatie


emancipatie 1750-1900 

7. TURNERS SLAVENSCHIP

In het kunsthistorisch handboek Algemene Kunstgeschiedenis van H. Honour en J. Fleming uit 2009 is een themablokje opgenomen over de slavenhandel. Tegen deze slavenhandel kwam in de negentiende eeuw steeds grotere weerstand. Kunstenaars werden vaker ingezet om de afschaffing te bewerkstelligen. 

Lees de BRON. Deze tekst hoort bij de context sociaal, tijdvak 1750-1900. Het heeft ook raakvlakken met de contexten politiek en emancipatie van hetzelfde tijdvak.
Joseph Malllord William Turner het slavenschip  1840

7.1. Honour en Fleming schrijven in hun kunsthistorisch handboek dat ‘het slavenschip’ van Turner door de eeuwen heen het vermogen heeft behouden om te schokken. Beargumenteer deze stelling. Noem twee aspecten.

7.2. Ruskin, een belangrijk kunsthistoricus uit de 19e eeuw, kocht dit werk én verkocht het. Waarom heeft hij dit werk weer redelijk snel verkocht? Noem twee aspecten.

7.3. Beschrijf kort de stand van zaken rond de slavernij in de 18e en 19e eeuw.

7.4. Welke bevolkingsgroepen streden voor afschaffing van de slavernij? Wanneer?

7.5. Waarom werden kunstenaars gevraagd om in hun werken te pleiten voor afschaffing van de slavernij?

7.6. Waar richtten kunstenaars hun aandacht op in hun werken rond het thema slavernij? Verklaar je antwoord.
Théodore Géricault  het vlot van de Medusa  5 x 7,5 meter

Het schilderij het vlot van de Medusa is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De Medusa, het vlaggeschip van een konvooi dat Franse soldaten en kolonisten naar Senegal vervoerde, was voor de westkust van Afrika aan de grond gelopen door de onbekwaamheid van de koningsgezinde kapitein. Omdat er onvoldoende reddingboten waren, werden 149 mannen en een vrouw gedwongen op een geïmproviseerd vlot te klimmen. Het was de bedoeling dat het vlot gesleept zou worden door de reddingboten, maar de bemanning sneed de lijnen naar het vlot door en roeiden naar de kust. Het vlot raakte op drift en er volgden vijftien gruwelijke dagen met muiterij en kannibalisme. Toen het vlot tenslotte werd gevonden waren nog maar 15 mensen in leven. De regering probeerde het hele incident in de doofpot te stoppen. De kapitein kreeg een milde straf en toen twee overlevenden, dokter Savigny en scheepstimmerman Corréard, een rechtzaak wilden aanspannen voor schadeloosstelling, werden zij uit overheidsdienst ontslagen. Savigny en Corréard publiceerden daarop een boek dat in heel Europa opzien baarde. 

Géricault las het boek, ontmoette Savigny en werkte achttien maanden om het gegeven te verwerken tot een schilderij. Hij maakte van de voorstelling een groots en meeslepend verhaal. Hij huurde speciaal voor het werken aan dit enorme doek een atelier en zocht naar het meest dramatische moment: als het vlot bijna vergaat en bijna alle schipbreukelingen overleden zijn, ontdekken enkele van de overlevenden het schip aan de horizon dat hen zal redden. Het schip is weergeven als een miniem puntje, nauwelijks te onderscheiden tussen de donkere, aanrollende golven.


In sommige kringen riep het werk weerstand op. Men zag het als een politieke aanklacht tegen de koningsgezinde kapitein van de Medusa. Ook stoorde men zich aan de zwarte figuur op het vlot en men vermoedde een verholen aanklacht tegen de slavernij. Het doek verwijst ook naar de veranderende rol van de kunstenaar. Na het Ancien Régime vielen de klassieke opdrachtgevers zoals de adel, clerus en de burgerij weg. De kunstenaar schilderde niet meer in opdracht, maar koos zelf de opdracht. 

7.7. Het compositieschema van het vlot van de Medusa draagt bij aan de dramatiek: van linksonder naar rechtsboven is een verhaal van wanhoop naar hoop te zien. Noem nog drie aspecten waardoor de dramatiek is bereikt.

7.8. Géricault werkte nauwkeurig, hij bestudeerde in een lijkenhuis hoe hij de overledenen kon weergeven. Twee aspecten van zijn werk komen samen in 'Het vlot van de Medusa': vlijmscherp realisme en de ambitie om heroïsch en monumentaal te werken. Het vlot van de Médusa heeft - ondanks het realisme - kenmerken van de Romantiek. Noem er drie.

7.9. De politieke betekenis van het schilderij overschaduwde de kunstzinnige waarde ervan. Leg dit uit, en geef daarbij twee argumenten.

7.10. Welke maatschappelijke ontwikkelingen waren van invloed op het engagement van Géricault?
__________________________________________

8. EEN AFRIKAANSE KONINGIN 

In Meridians, een Amerikaans tijdschrift over feminisme, ras en transnationalisme, schrijft Naurice Woods in 2009 over de kunstenares Edmonia Lewis. Een neoclassicistische beeldhouwster die artistiek ten strijde trok tegen de vooroordelen ten aanzien van haar ras, geslacht en kunst. 

Lees de BRON. De tekst past bij de context emancipatie, tijdvak 1750-1900.

8.1. Leg uit met welk vooroordelen Edmonia Lewis in de uitoefening van haar beroep te maken kreeg. Geef aan welke ‘tweevoudige last’ zij droeg.

8.2. Welke voordelen ondervond Edmonia Lewis door haar unieke achtergrond?

8.3. Waarom accepteerde ze de uitnodiging om mee te doen aan de Centennial expositie in Philadelphia? 

8.4. Noem drie aspecten die kunstenaars fascineerden bij het thema ‘Cleopatra’ . 

8.5. In de tekst uit Meridans staat dat rond 1850 de mythe over de seksuele aantrekkingskracht van Cleopatra samenviel met vragen rond de raciale identiteit van Lewis. Verder staat geschreven dat er sprake was van een veramerikaanse ‘Cleopatra’. Wat was het beeld van de Amerikanen van Cleopatra? Wat zou de achterliggende gedachte zijn van deze beeldvorming? 

8.6. Licht de stelling toe dat het veramerikaniseren van Cleopatra onlosmakelijk met het rassenprobleem verbonden is. 

8.7. Noem nog drie andere opvattingen dan de blanke over de afkomst van Cleopatra. 

8.8. Welke aspect werd er bij deze opvatting over de afkomst van Cleopatra benadrukt?

8.9. Eén opvatting over de aard van Cleopatra was in de ogen van de Amerikanen volstrekt ondenkbaar. 
Welke opvatting was dat en waarom was deze ondenkbaar? 
__________________________________________

 emancipatie 1900 - 1945  



9. DE MUZE ALS KUNSTENAAR

In het Surrealistisch Manifest (1924) is surrealisme ‘een manier van totale bevrijding van de geest en alles wat erop gelijkt’. Die totale bevrijding moet volgens de auteur Whitney Chadwick voor vrouwen met een korrel zout worden genomen. De tekst stamt uit 1985 en maakt onderdeel uit van het boek Women Artists and the Surrealist Movement

Lees de BRON. Ze sluit aan op de context emancipatie 1900- 1945.

De negen muzen waren in de Griekse mythologie de godinnen van kunst en wetenschap en stelden de inspiratie voor. Een muze, in de betekenis van inspiratiebron, is (meestal) een vrouw die de scheppingsdrang van de kunstenaar aanwakkert.
9.1. Waarom had Leonora Carrington geen tijd om muze te zijn?

9.2. Wat was het ideaalbeeld van de vrouw/de ‘muze’ volgens de opvattingen van surrealisten als Breton?
Leg daarbij uit waarom dit ideaalbeeld een blok aan het been was van vrouwelijke kunstenaars.

9.3. Waarom beweerden kunstenaressen als Frida Kahlo of Lionor Fini dat ze GEEN surrealisten waren?

9.4 Welke mogelijkheden bood het surrealisme voor vrouwelijke kunstenaars?

Meret Oppenheim - le déjeuner en fourrure  1936 

Het theekopje is een vrouwelijk symbool van huiselijkheid en verfijning, het bont staat voor mannelijkheid en wildernis. De associatie van bont en haar met het mannelijke, maakt de bekleding van dit huiselijke object tot een uitdaging aan het adres van de mannelijke dominantie. Het is een voorbode van de wens zich uit het gebied te begeven dat haar is toegewezen, en het domein van de man te betreden. Het bont is tevens een viering van de behaarde delen van het vrouwelijke lichaam.

Binnen de kunstwereld verwijst het werk naar de door mannen gedomineerde kunstwereld. Mogelijk stak Oppenheim de draak met de heersende mannelijkheid van de beeldhouwkunst. Meestal waren beelden immers hard en verticaal georiënteerd, twee eigenschappen die de mannelijkheid van het métier op een dubbelzinnige manier onderstrepen.

Toen het werk werd gemaakt was de Freudiaanse psychologie bekend. Vanuit dat perspectief zou de lepel voor het mannelijk geslachtsorgaan kunnen staan, het kopje voor het vrouwelijke. Het geheel zou dus ook een erotische lading kunnen hebben. 
 
9.5. Verklaar waarom le déjeuner en fourrure van Meret Oppenheim gezien kan worden als 'een uitdaging aan de mannelijke dominantie'.

9.6. Leg uit wat het verband is tussen de hierboven beschreven erotische associaties, de psychologie van Freud en het surrealisme.

9.7. Het werk van Oppenheim wordt zowel bij het surrealisme als bij Dada ondergebracht. Noem kenmerken van beide stromingen die in le déjeuner en fourure te zien zijn.

Eileen Agar  Angel of Anarchy 1937 en 1940

In Tate Modern is de tweede geblinddoekte Angel of Anarchy te zien die Eileen Agar in dezelfde periode maakte als Meret Oppenheim het déjeuner en fourrure.  Met exotische veren en stoffen, schelpen en kralen bedekte zij een gipsen kop. Agar verklaarde dat zij iets 'totaal anders, krachtiger ... meer kwaadaardig..' wilde maken. 
In tegenstelling tot Frida Kahlo en Leonor Fini geloofde Agar dat vrouwen 'de ware surrealisten zijn'. Ze schreef: 'het belang van het onbewuste in alle vormen van literatuur en kunst bepaalt de dominantie van een vrouwelijke vorm van de verbeelding over de klassieke en meer mannelijke orde.'

9.8. Leg uit op welke manier deze Angel of Anarchy verwijst naar de vrouwelijke verbeelding.

9.9. Vind je dat Eileen Agar geslaagd is in haar voornemen om een 'krachtiger, meer kwaadaardig' werk te maken? Onderbouw je antwoord met argumenten.

9.10. Op welke manier speelt engagement een rol in de werken van Meret Oppenheim en Eileen Agar? Leg uit op welke wijze zij dit engagement hebben vormgeven.

__________________________________________

10. VROUWEN AAN HET BAUHAUS – EEN EMANCIPATIEMYTHE


In het Bauhaus begonnen mannelijke en vrouwelijke studenten met gelijke kansen voor alle verschillende afdelingen. In deze tekst uit 2000 van Alice Baumhoff blijkt dat deze situatie niet zo lang geduurd heeft en zich nadelig voor vrouwelijke studenten ontwikkelde. 

Lees de BRON. De tekst sluit aan op context emancipatie, tijdvak 1900-1945.

10.1. In de tekst wordt gesteld dat vrouwen de schaduwzijde van het Bauhaus waren, dat hier door kunsthistorici niet kritisch naar is gekeken, waardoor een mythe in stand werd gehouden. Welke mythe wordt bedoeld? 

10.2. Hoeveel procent van de Bauhausstudenten ondervond de nadelen van deze mythe?

10.3.  Alice Baumhoff schrijft dat, ondanks dat vrouwen enthousiast meededen aan talloze feesten, exclusieve vergaderingen andere tendensen toonden. Noem een aantal van deze, voor vrouwen ongunstige, tendensen.

10.4. In 1920 werd er een vrouwenklas opgericht in het Bauhaus. Wat was het gevolg hiervan voor de vrouwelijke studenten van Bauhaus?

10.5. Welke vooronderstelling lag ten grondslag aan het feit dat de atelierplaatsen van Bauhaus slechts voor mannelijke studenten werden gereserveerd?

10.6. Walter Gropius schreef een brief waarin hij bepaalde ‘ambachten’ wel of juist niet raadzaam vond voor vrouwen. Beschrijf de adviezen die Gropius in zijn brief schreef. 

10.7. Gropius en de vormmeesters waren niet principieel tegen gelijke behandeling van de seksen. Toch vond Gropius dat vrouwen niet thuishoorden in een beroep waar Bauhaus voor opleidde. Welk beroep was dat?

10.8. Geef aan welke ateliers populair waren bij vrouwen in de begintijd van het Bauhaus, en beschrijf in hoeverre het lukte om vrouwen in de vrouwenklas te plaatsen. 

10.9. De tekst noemt een langdurige spanning rond de vrouwenklas en dat er niets veranderde. Beschrijf de aard van de spanning, licht toe waarom deze zo lang bleef bestaan en wat er ontbrak om deze situatie voor alle partijen bevredigend op te lossen. 

10.10. Waardoor pakte de vrouwenklas in de praktijk toch nadelig voor de vrouwen uit, ondanks dat de studentes wettelijk aan hun keuze konden vasthouden?
__________________________________________


 emancipatie 1945 - 2010  
11. $he
Ad de Visser beschrijft in Kunst met voetnoten (1996) over verborgen inhouden en overdrachtelijke betekenissen van oude en nieuwe kunstwerken. In het bronfragment wordt ingegaan op de betekenis van het werk $he van de kunstenaar Richard Hamilton uit 1958-1961. Volgens De Visser staat daarin de positie van de vrouw centraal.

Lees de BRON. De tekst sluit aan op de context emancipatie, tijdvak 1945-2010.

11.1. Beschrijf de voorstelling van $he.

11.2. Leg uit welk vrouwbeeld uit het begin van de jaren ’50 en ’60 door Ad de Visser beschreven wordt.

11.3. Hamilton zag 'de vrouw' in de kunst van de jaren ’50 als anachronisme. Wat verstaat men onder anachronisme, en wat bedoelde Hamilton daarmee?

11.4. Verklaar de ‘ironische’ titel van dit kunstwerk.

11.5. Leg uit op welke wijze Richard Hamilton in dit werk engagement toont en breng dit in verband met de maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed waren op de ontwikkeling van de Pop Art.

__________________________________________

12. Een rauwe blik op de aard van seks

Anthony C. Grayling schreef de tekst voor de tentoonstelling van Sarah Lucas in de Tate Liverpool van 28 oktober 2005 tot 15 januari 2006. De oorspronkelijke titel luidt: An Uncooked Perspective on the Nature of Sex waarin de auteur de ambivalentie in het werk van Lucas beschrijft ten opzichte van seksualiteit.

Lees de BRON. Deze tekst hoort bij de context emancipatie, tijdvak 1945-2010.

12.1.  Brengt Sarah Lucas een aspect van onze tijd in beeld, of is haar thema van alle tijden? Motiveer je antwoord.

12.2.  Geef aan wat bedoeld wordt met ‘de androgyne stijl van haar zelfportret’.

12.3.  De schrijver, Grayling, noemt voorwaarden om het werk van Lucas te bekijken. We leren dan een vrouwbeeld kennen dat in andere ogen gewoon is. Wiens ogen bedoelt hij?

12.4. In deze tekst wordt gesteld dat het werk van Sarah Lucas aan drie kenmerken voldoet. Beschrijf deze drie kenmerken van haar werk.

12.5.  Leg uit waarom het werk van Sarah Lucas gezien kan worden als een ‘statement’.

12.6. Verklaar waarom Lucas de ‘obsceniteiten van nerveuze tienerjongens’ zo goed kent, en leg uit hoe zij tegen deze wereld aankijkt. Betrek in je antwoord de woorden ‘goedkeuring’, ‘feminisme’, ‘ironie’, ‘slachtoffer’, ‘in twijfel trekken’ en ‘grappig’.

In -onder andere- het werk Au Naturel (1994) zien we het geslacht verbeeld aan de hand van gewone voorwerpen, zonder enige schaamte. De observaties van Lucas zijn van elke lieflijkheid en intimiteit ontbloot. Ze zijn rauw, koud en onpersoonlijk. Niet bepaald de kwaliteiten die met kunst door vrouwen worden geassocieerd. Ze staan er eerder diametraal tegenover. 

De schrijfster Amna Malik geeft aan dat Sarah Lucas met de sarcastische en respectloze aard van haar werk vragen stelt over het soort kunst dat van kunstenaressen wordt verwacht. Kunstwerken van vrouwen worden vaak in een feminiene context beschouwd. Dat bevalt Sarah Lucas niet. Ze wil dat latere generaties het onderwerp vrouw zijn (als kunstenaar) als actueel onderwerp onbelast achter zich kunnen laten. 

12.7. Leg uit hoe Amna Malik de intenties van Sarah Lucas interpreteert. Wat wil Lucas bereiken?

12.8. Leg -in eigen woorden- uit hoe Sarah Lucas dit engagement vormgeeft.


12.9. Welke maatschappelijke ontwikkelingen zijn van invloed geweest op het werk van Sarah Lucas?

12.10. In hoeverre vind jij dat Sarah Lucas in haar intenties slaagt?

Amna Malik stelt ook dat 'hoge' en 'lage' kunst en cultuur in het werk van Lucas samenkomen.
'Hoge' esthetische ideeën over het kunstobject als een metaforisch spel van betekenis, naast "lage" associaties met de materialiteit van een letterlijk object en toespelingen op geslachtsdelen en seks. 

12.11.  Verklaar waarom je kan stellen dat Sarah Lucas 'High Art' en 'Low Art' in haar werk samenbrengt.

__________________________________________

zie ook: de tweede sekse
__________________________________________